Allereerst zal ik me voorstellen. Ik ben Doortje Scholtens. Ben 21 jaar en woon in Amsterdam. Ik kom uit een gezin van drie kinderen. Heb een jongere broertje van 15 en een tweelingzus, ik hoor je denken "oeh leuk! Lijken jullie op elkaar?"
Nee we zijn een twee-eiige tweeling. We hebben overeenkomsten en verschillen. Zo woon ik al tweeëneenhalf jaar op mezelf en is zij net pas het huis uit. Zij heeft een vriend en ik niet.
Ze heeft groene ogen en ik bruin. Samen met mijn zus en moeder heb ik veel meegemaakt. De littekens hiervan zullen altijd blijven en maken wie ik nu ben en ook dat ik nu worstel met mijn identiteit.
 
Ik heb me altijd een buitenbeentje gevoeld. Op de kleuterschool wilde ik dat iedereen me lief en aardig vond, de juf, de meester, de klasgenootjes... Zolang ze mij aardig vonden, deed mijn verleden er misschien niet toe.
 
In klas 1 sloeg de onzekerheid toe, ik begon te veranderen, en kreeg interesse in jongens.
Uiterlijk deed er opeens toe en maakte wie je was op school.
 
Mijn eetstoornis begon onschuldig... Minder snoepen, suiker verbannen. Dus geen suiker in de thee, geen koekjes en snoepjes tussendoor en geen calorierijke drinken te drinken.
Alleen in de weekend stond ik mezelf dit toe. In het begin was het moeilijk want ik had net als andere puberende jonge meiden behoefte aan chocola en suikers 😉
 
Toch was ik niet tevreden. Dat gevoel van controle door de weeks voelde geweldig en al snel waren mijn weekenden ook suiker en vet vrij.
Ik begon meer te bewegen en minder te eten.
 
In die periode dat mijn opa ziek was viel het niemand echt op dat ik afviel en omdat ik niet durfde te wegen, bleef ik in mijn hoofd gewoon stabiel.
Totdat mijn moeder me dwong op de weegschaal te staan. Ik was toen inmiddels tien kilo lichter en schrok. Dit had ik niet verwacht. Toch gaf het me een gevoel van prestatie en dat gevoel werd verslavend.
Ik zorgde dat het niet opviel dat ik niet at. Ging s'morgens eerder van bed. Ontbeet zogenaamd door kruimels op het bord te strooien en de mes smerig te maken, Terwijl ik niet eens ontbeten had. Op school at ik weinig of helemaal niet.
Er werd wel eens gevraagd of ik geen honger had en de smoes "ik heb al gehad" of "voel me niet lekker" werkte 9 van de 10 keer.
 
Het scheelde dat mijn zus inmiddels naar een andere school ging. Zo wist ik het toch een beetje te verbergen. Mijn zus pikte, omdat ze sommige smoesjes begon te herkennen, de signalen als eerste al snel op.
Toch bleef ik afvallen en dacht ik dat ik het wel onder controle had.
 
Pas toen mijn moeder me een glas warme chocolademelk aanbood en ik deze niet meer "durfde" op te drinken, besefte ik dat ik echt te ver was gegaan.
Want waarom durfde ik deze glas leeg te drinken? Zou ik hier werkelijk van aankomen? En hoeveel dan?
Het antwoord was "nee", "je drinkt dit niet op want het is ongezond, slecht en als je toegeeft ben je zwak en zul je je schuldig gaan voelen".
Deze stem werd met de dag sterker en dreigender. Ik was oprecht bang voor deze stem. 
 
Goed om dit verhaal toch een beetje kort te houden... Ik werd opgenomen in het ziekenhuis voor zes weken. In de zomervakantie en een aantal weken erna ging het op zich wel oké, maar ik zakte langzaam weer af en belande voor de tweede keer in het ziekenhuis.
Vanuit het ziekenhuis ging ik naar een kliniek in Smilde. Daar heb ik veel lieve meiden leren kennen en heb ik uiteindelijk een half jaar gezeten. Aangekomen was ik niet echt en na een ontslag van drie maanden volgde de derde ziekenhuisopname. Vanuit daar ging ik terug naar de kliniek.
 
Hoe graag ik ook wou, het ging op en neer met mijn stemming en met het aankomen. Ook deze opname duurde een half jaar. Aan het einde van deze opname kreeg ik sondevoeding en heeft mijn moeder, nadat er niet ingegrepen werd, zelf het heft in handen genomen en me naar het ziekenhuis gebracht.
Hier heb ik 3 maanden gelegen. 
Zoals ik al zei, ondanks dat een deel in mij wou vechten, was het grootste gedeelte bang voor de stem in m'n hoofd. 
Ik besloot op mezelf te gaan wonen. Wou mijn ouders niet langer confronteren met een ziekte die zelfs voor mij niet te overwinnen leek.
 
Ik vond een woning in de stad Groningen en lange tijd bleef ik stabiel. Toch was ik nog niet tevreden en ben ik weer in behandeling gegaan.
Weer heb ik een half jaar in een kliniek gezeten en eindelijk... Eindelijk begon ik de draad op te pakken. Ik kwam aan en voelde me meer mezelf worden. Vrolijker, gelukkiger.
 
Helaas heb ik in de zomervakantie een terugval gehad. Ben heel diep gevallen en moet ver weg komen, heel erg ver weg. Het is nu even moeilijk, maar ik ben vastberaden om door te gaan. 
Momenteel ben ik opgenomen in een Psychiatrische unit voor depressie, angst en dwang. Hoe de toekomst en het vervolg eruit gaat zien weet ik niet, ik blijf vechten, hou hoop.
 
De reden en doel van mijn blog is om meiden, maar zeker ook jongens te steunen in hun strijd tegen een (eet)stoornis en/of depressie, angst-, dwangstoornis
Samen sta je toch sterker dan alleen.